DGA; pensioen in eigen beheer of verzekeren? (II)
In een eerdere bijdrage hebben wij een begin gemaakt met onze bespreking over de verschillen tussen de pensioenopbouw in eigen beheer en bij een verzekeraar voor een DGA.
Een DGA, die houder is van 10% of meer van het geplaatste aandelenkapitaal, heeft u de mogelijkheid om zijn pensioenopbouw in eigen beheer onder te brengen. Per 1 juni 1999 is de Wet Fiscale behandeling van pensioenen in werking getreden, met als gevolg dat de pensioenopbouw in eigen beheer voor DGA’s beperkter is geworden. Het onderbrengen van de pensioenaanspraak bij een verzekeraar zal tot een hogere pensioenopbouw leiden. Dit ligt onder andere ligt aan een andere AOW-inbouw en een andere AOW die als tijdelijk overbruggingspensioen opgebouwd mag worden. Verder is een punt van verschil het langleven risico dat bij een verzekeraar is afgedekt en wat in eigen beheer tot onzekerheid kan leiden als de middelen ontoereikend zijn.
Een ander verschil tussen eigen beheer en verzekeren van de aanspraak is dat er in eigen beheer niet mag worden gereserveerd voor stijgende pensioenen. Bij een verzekeraar is het wel mogelijk om een stijgend pensioen op te bouwen als het pensioen op rentebasis verzekerd is.
Ten aanzien van de fiscale glijclausule, waarin het voorbehoud is opgenomen dat de werkgever de regeling kan aanpassen als deze in strijd is met de fiscale regels is er eveneens een verschil. De regeling dient voorafgaand aan de inwerkingtreding voorgelegd te worden aan de fiscus. Een dergelijke clausule is niet toegestaan voor de DGA die in eigen beheer zijn pensioen opbouwt. Bouwt de DGA daarentegen bij de verzekeraar zijn pensioen op, dan heeft dit tot gevolg dat de DGA wel een fiscale glijclausule mag opnemen in zijn pensioenregeling.
De DGA mag geen pensioen opbouwen over loon in natura, als hij in eigen beheer zijn pensioen opbouwt. De DGA mag bij een verzekeraar wel over loon in natura zijn pensioen opbouwen. Echter is het voor niemand toegestaan om pensioen op te bouwen over de bijtelling van de auto van de zaak.
De DGA mag in eigen beheer maximaal 50% als werknemersdeel bijdragen aan de premie. Het werknemersdeel aan de premie, als de pensioenvoorziening is ondergebracht bij een verzekeraar, is onbeperkt.
Bij overlijden van de DGA die zijn pensioen heeft ondergebracht bij een verzekeraar, is de sterftewinst voor de verzekeraar, tenzij er een contraverzekering is gesloten. Deze verzekering zorgt ervoor dat alsnog een uitkering wordt gedaan aan de erfgenamen door de verzekeraar. Het bedrag uit deze verzekering valt dan in box III en wordt belast met vermogensrendementsheffing. Bij overlijden van de DGA die zijn pensioen in eigen beheer heeft ondergebracht, gaat de sterftewinst naar de erfgenamen. De winst wordt alsdan belast met 35% Vennootschapsbelasting en met een aanmerkelijk belangheffing van 25%.
Een voordeel voor de DGA die in eigen beheer zijn pensioen opbouwt als werkgever, is dat hij de mogelijkheid heeft om met het kapitaal te werken en dit te investeren in zijn bedrijf. De werkgever (DGA) die zijn pensioen bij een verzekeraar onderbrengt, heeft deze mogelijkheid niet.
Wij kunnen de conclusie trekken dat de pensioenopbouw in eigen beheer beperkter is dan de pensioenopbouw bij de verzekeraar. Een ander groot verschil tussen eigen beheer en pensioenopbouw bij de verzekeraar is dat de pensioenopbouw in eigen beheer tot liquiditeitsverruiming leidt.
Wilt u meer weten over uw pensioenopbouw, raadpleeg dan uw adviseur. Deze kan u meer vertellen over pensioenopbouw in uw persoonlijke situatie.
Ga naar totaaloverzicht pensioen