Geruisloze terugkeer van BV naar IB-onderneming
Vanaf 2001 levert een BV geen direct fiscaal voordeel meer op ten opzichte van een IB-onderneming (eenmanszaak, v.o.f. etc.). Voorheen was dit wel zo aangezien men in de IB-onderneming tot 60% inkomstenbelasting verschuldigd kon zijn, terwijl de gecombineerde heffing van vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting in de BV slechts 51,25% bedroeg. Dit was vaak (naast uiteraard civieljuridische motieven) een reden om bij steeds betere resultaten al snel te kiezen voor een BV.
Vanaf 2001 bestaat dit voordeel niet meer aangezien de tarieven (52% t.o.v 51,25%) nagenoeg gelijk zijn getrokken. Voor een aantal directeur grootaandeelhouders kan dit tot gevolg hebben dat de BV overbodig wordt en een hoop extra “rompslomp” met zich meebrengt.
Het Ministerie van Financiën heeft het dan ook mogelijk gemaakt voor deze mensen om de BV fiscaal geruisloos om te zetten in een IB-onderneming. Een probleem hierbij geven het pensioen in de eigen BV alsmede eventuele stamrechten die destijds, bij de inbreng van de oude IB-onderneming in de BV, zijn bedongen. Deze voorzieningen passen immers niet in een IB-onderneming.
Het “overstappen” naar de IB-onderneming is dan ook wel mogelijk, maar men dient het pensioen af te storten bij een verzekeraar of nieuw op te richten (pensioen)BV. Dit laatste lijkt onwaarschijnlijk, want men wilde nu juist van de BV af. Om over te stappen naar de IB-onderneming dienen dus wel daadwerkelijk de liquide middelen aanwezig te zijn om het pensioen af te storten bij een verzekeraar.
Voor de bedongen stamrechten geldt nog dat men bij het terugkeren naar de IB-onderneming op de balans weer een FOR-stand mag opnemen ter grootte van de oorspronkelijke FOR zoals deze op het moment van inbreng in de BV gold. Het rendement wordt progressief belast, voor zover voor verwezenlijking vatbaar.
Het lijkt in dit soort gevallen raadzaam om u bij een eventuele overstap van de BV naar een IB-onderneming, goed te laten adviseren.
Ga naar totaaloverzicht pensioen