Oud regime lijfrenten zijn niet meer aftrekbaar
Het komt in de praktijk nog veelvuldig voor dat premies voor lijfrentepolissen ten onrechte in aftrek worden gebracht. Met name de wijzigingen die de Wet Inkomstenbelasting 2001 in het lijfrenteregime hebben aangebracht, doen aftrekmogelijkheden van de ‘oude lijfrenten’ de das om. Recentelijk heeft de Rechtbank te Haarlem uitspraak gedaan in een casus omtrent onterechte aftrek van lijfrentepremies.
Het probleem betreft de premiebetalende lijfrentepolissen van voor 16 oktober 1990. Als gevolg van de Brede Herwaardering werd het lijfrenteregime gewijzigd en konden de flexibele oud-regime polissen niet langer met belastingvoordeel worden afgesloten. Wel bleef de aftrek voor polissen die voor de genoemde datum waren afgesloten in stand.
Met de invoering van de Wet IB2001 is de eerbiedigende werking voor de oude ‘pre-Brede herwaarderingspolissen’ komen te vervallen. Vanaf die datum had de belastingplichtige een aantal mogelijkheden met zijn bestaande polis, waarbij gewoonweg verdergaan op de reeds jarenlang gevolgde weg geen optie meer was.
Indien de polis niet werd aangepast was de premie eenvoudigweg niet langer aftrekbaar. Dit was in een aantal gevallen echter toch een interessante optie omdat bij voortgezette premiebetaling behoorlijke garanties op het eindkapitaal werden verleend. Deze garanties golden echter alleen bij voortgezette premiebetaling. Het feit dat deze niet langer aftrekbaar was, woog niet op tegen het voordeel dat de garanties konden bieden. Nu de premie niet langer aftrekbaar was, kon de lijfrenteclausule vanaf 2001 van de polis worden gehaald.
Indien de belastingplichtige vanaf 2001 wél een aftrekbare lijfrentepremie wenste, diende de lijfrentepolis te worden aangepast conform de eisen van de huidige IB2001. Veelal zal dit echter slechts interessant zijn voor de toekomst en dient het oude regime over de lijfrentepremie tot 1 januari 2001 te worden behouden. Alsdan dient ofwel de polis te worden gesplitst ofwel de oude polis premievrij te worden gemaakt onder gelijktijdige afsluiting van een nieuwe polis.
Het moge duidelijk zijn: Er moest iets worden ondernomen om de lijfrentepremies ook vanaf 2001 aftrekbaar te kunnen houden. Helaas blijkt dit in de praktijk lang niet altijd te zijn gebeurd. Dat is op zichzelf nog niet zo erg, behalve als vanaf 2001 de lijfrentepremie wél in aftrek is gebracht.
Steeds vaker ontdekt een inspecteur der belastingen dat lijfrentepremie in aftrek is gebracht, maar de polis destijds niet is aangepast. Het gevolg is dat hij de aftrek in de eerste openstaande aangifte niet zal honoreren en alle voorgaande jaren zal terugdraaien via een navorderingsaanslag. Dit zal tevens gepaard gaan met een boete.
Zo ook in de zaak die diende voor de Rechtbank te Haarlem. Aanslagen en boetes werden opgelegd voor de jaren 2001 en 2002. De rechtbank oordeelde zelfs dat de belastingplichtige in casu beter had moeten weten. Er was immers genoeg aandacht besteed aan de nieuwe belastingwetgeving en de belastingplichtige had zelf moeten onderzoeken of zijn premie nog aftrekbaar was. Nu hij dat niet gedaan had, achtte de Rechtbank zelfs dat sprake was van kwader trouw.
Hoewel hopelijk niet in alle gevallen sprake zal zijn van kwader trouw, blijft het een feit dat de genoten aftrek onterecht is en derhalve zal worden teruggedraaid. Een mogelijke oplossing zou nog kunnen zijn de polis met terugwerkende kracht aan te (laten) passen. Een levensverzekeraar zal echter voor deze aanpassing echter veelal vooraf toestemming van de fiscus willen en zo ontstaat een vicieuze cirkel.
Veel oplossingen zijn er dus niet en de belastingplichtige kan als het ware gaan zitten wachten totdat hij de navorderingsaanslag ontvangt.
Ga naar totaaloverzicht pensioen