Premievrijgestelde pensioenaanspraken arbeidsongeschikten
Na veel vijven en zessen lijkt de discussie nu eindelijk ten einde. Wat was het probleem ?
Als een werknemer arbeidsongeschikt wordt, ontvangt hij allereerst een uitkering uit hoofde van de WIA (vroeger WAO). Tevens kan de pensioenregeling voorzien in aanvullingen hierop. Hoe het ook zij, deze regelingen zorgen slechts voor een inkomensvoorziening tot een de leeftijd van 65 jaar. Vanaf 65 jaar gaat de pensioenregeling ouderdomspensioen uitkeren.
Aangezien in de periode van arbeidsongeschiktheid (al dan niet gedeeltelijk) niet wordt gewerkt en daarmee in eerste instantie geen pensioen kan worden opgebouwd, wordt in een pensioenregeling bijna altijd de zogenaamde premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid meeverzekerd. Deze zorgt ervoor dat in geval van arbeidsongeschiktheid de pensioenregeling wordt vrijgesteld van premiebetaling en deze premie als het ware door de verzekeraar wordt voortgezet. In een prepensioenregeling geldt hetzelfde.
Een aantal mensen heeft op dit moment reeds recht op de afgesproken premievrijstelling. Deze werknemers zijn in het verleden arbeidsongeschikt geworden en de premievrijstelling (waarvoor premie is betaald) is in werking getreden.
Per 1 januari 2006 (2007) geldt nieuw fiscale pensioenwetgeving. Hierin is onder andere de prepensioenregeling afgeschaft. Hoe moet dat nu met de bestaande arbeidsongeschikten in een prepensioenregeling ?
Minister De Geus was de mening toegedaan dat deze regelingen beëindigd diende te worden aangezien de nieuwe wetgeving een prepensioenregeling niet langer mogelijk maakt. Het zou een verkeerd signaal zijn om arbeidsongeschikten meer mogelijkheden te geven dan werkenden, aldus De Geus.
Tijdens de behandeling in de Eerste Kamer heeft de staatssecretaris van Financiën echter aangegeven toch een beleidsbesluit te zullen uitbrengen met betrekking tot reeds premievrije gestelde pensioenopbouw in verband met arbeidsongeschiktheid.
Met ingang van 1 januari 2007 zou bij deze premievrijgestelde opbouw wegens arbeidsongeschiktheid het probleem kunnen ontstaan dat, wegens het ontbreken van een werkgever de pensioenregeling niet kan worden aangepast aan de fiscale normen van de Wet VPL. Alsdan zou de pensioenregeling onzuiver zijn en daarmee de gehele aanspraak belast.
In het aangekondigde besluit zal nu worden bepaald dat de opbouw van wegens arbeidsongeschiktheid reeds premievrije pensioenaanspraken niet aangepast behoeft te worden als gevolg van de Wet VPL.
Het door minister De Geus steeds gebezigde standpunt lijkt hiermee van de baan.