SER Advies over nieuwe WW
Eerder dit jaar, heeft de SER een advies uitgebracht over de toekomst van de WW alsmede over de samenhang van de WW met ontslagvergoedingen.
Allereerst stelt de SER een aantal wijzigingen voor in de toegangsvoorwaarden, de hoogte en de duur van de WW. Nu bestaat recht op een WW-uitkering als in de laatste 39 weken tenminste 16 weken gewerkt is. Deze zogenaamde referte-eis wordt verscherpt tot 26 weken in de laatste 36.
De hoogte van de uitkering zal in de eerste twee maanden 75% van het laatstverdiende loon (tot aan het maximum dagloon) bedragen en daarna 70%.
Een werkeloze met recht op WW ontvangt in eerste instantie drie maanden (nu: 6 maanden) een WW-uitkering. Om langer voor een uitkering in aanmerking te komen, dient te worden voldaan aan de jareneis. In de laatste 5 jaar moet in ten minste 4 jaar zijn gewerkt. Als dit het geval is, neemt de uitkeringsduur toe met 1 maand per gewerkt jaar.
De voorstellen van de SER beogen een forse wijziging ten opzicht van de huidige WW. Ten opzichte van de huidige kortdurende uitkering, voorziet het voorstel in een hogere maar korter durende uitkering.
De SER geeft in haar advies tevens aan hoe zij vindt dat omgegaan moet worden met de zogenaamde “gouden handdrukken”. Het kabinet heeft voorgesteld om de huidige fiscale faciliteit die hiervoor bestaat, af te schaffen. De gouden handdruk kan thans als zogenaamd stamrecht zonder inhouding van belasting worden ondergebracht bij een verzekeraar of in een eigen stamrecht-BV. De verzekeraar of de BV doet vervolgens periodieke uitkeringen waarop belasting wordt ingehouden.
De SER meent echter dat het van belang is de faciliteit zoals deze nu bestaat, te handhaven. Het kabinet pleitte voor een maximale hoogte van de fiscale faciliteit tot één jaarloon, dan wel indien dit minder is, één maandloon per dienstjaar. De SER verwerpt dit idee. Tevens is de SER van mening dat ontslagvergoedingen buiten de (dubbele) VUT-heffing dienen te blijven.