Toezeggingen Wet VPL
Tijdens het vragenuurtje op 21 juni jongstleden heeft minister De Geus een aantal toezeggingen omtrent de zogenaamde VPL-wetgeving gedaan. Dit is de nieuwe fiscale wetgeving rondom pensioenregelingen zoals deze vanaf 1 januari 2005 van kracht is. Voor veel pensioenregelingen geldt echter een overgangsregeling die inhoudt dat de pensioenregelingen pas vanaf 1 januari 2006 hoeven te voldoen aan de nieuwe VPL-wetgeving.
De toezeggingen betreffen met name de mogelijkheid van inkoop van dienstjaren en de fiscale behandeling van seniorenregelingen.
Allereerst biedt de nieuwe wetgeving mogelijkheden om oude pensioentekorten in te kopen binnen de huidige pensioenregeling. Dit gaat dan via het inkopen van oude dienstjaren. Deze dienstjaren kunnen worden ingekocht in de huidige regeling, voorzover er een pensioentekort ten opzichte van de huidige pensioenregeling bestaat.
De minister geeft aan dat bij een collectieve inkoopregeling, er geen rekening hoeft te worden gehouden met in het verleden opgebouwde aanvullende pensioenaanspraken. Op deze wijze wordt voorkomen dat werknemers die hun pensioen reeds geheel of gedeeltelijk hebben gerepareerd, na 2006 geen of minder collectief pensioen over oude dienstjaren kunnen krijgen toegekend.
Alhoewel het een enigszins merkwaardige goedkeuring lijkt te zijn, is het voor werknemers die in het verleden reeds pensioentekorten hebben ingehaald, een welkome toezegging. Deze kunnen immers, op collectieve basis, nogmaals deze tekorten inlopen.
Een ander punt in de nieuwe wetgeving is de zogenaamde seniorenregeling. Een dergelijke regeling maakt het voor ouderen mogelijk om met (geheel of gedeeltelijk) behoud van salaris, minder te gaan werken. Het gedeelte dat niet meer wordt gewerkt maar waarvoor wel een uitkering van de werkgever wordt ontvangen, lijkt echter veel op een verkapte VUT-uitkering. Om deze reden had de wetgever het gedeelte dat niet meer wordt gewerkt (arbeidsduurvermindering) maar waarvoor wel een uitkering wordt ontvangen, gesteld op maximaal 10%.
Minister De Geus heeft echter toegezegd dat indien de seniorenregeling juist als gevolg heeft dat mensen langer (gezond) kunnen blijven werken, er geen probleem is. Derhalve heeft de minister besloten de grens van 10% op te rekken naar 50%.
Indien een werknemer tenminste voor 50% blijft doorwerken en voor het overige uitkeringen van zijn werkgever ontvangt, is er geen sprake van een VUT-achtige regeling. In dat geval is er geen zogenaamde strafheffing door de werkgever verschuldigd.
Op grond van deze goedkeuring is deeltijd-VUT wel toegestaan, zolang maar voor minstens de helft wordt doorgewerkt.