Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsongeschikten
Het wetsvoorstel WIA is aangenomen in de Tweede Kamer en ligt nu ter behandeling in de Eerste Kamer. Het doel van de nieuwe wet ligt in het stimuleren van werkgevers en werknemers om gedeeltelijk arbeidsongeschikten zoveel mogelijk aan het werk te houden of te krijgen. Tegelijkertijd zal de wet zorgen voor inkomensbescherming van mensen die echt niet meer kunnen werken.
De Wet WIA vervangt de huidige WAO. De wet bestaat feitelijk uit twee delen: de WGA (de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsongeschikten) en de IVA (inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten). In deze bijdrage staat de WGA centraal.
De werkgever is sinds 1 januari 2004 verplicht om bij ziekte van een werknemer gedurende twee jaar het loon door te betalen. Sociale partners hebben afgesproken dat in deze twee jaar maximaal 170% van het laatstverdiende loon mag worden uitbetaald.
Is iemand na de eerste twee jaar gedeeltelijk arbeidsongeschikt (minder dan 65%) dan kent de WGA een uitkering toe. Deze uitkering is afhankelijk van het feit of iemand wel of niet werkt. Als iemand werkt bedraagt de uitkering 70% van het verschil tussen het oude loon en het nieuwe (lagere) loon. Als iemand niet werkt, bedraagt de uitkering 70% van het laatstverdiende loon. In de berekeningen geldt het maximum dagloon. De uitkeringsduur is afhankelijk van het arbeidsverleden.
De vervolguitkering danwel loonaanvulling volgt na afloop van bovengenoemde uitkering. Ook deze is weer afhankelijk van het feit of men wel of niet werkt. Als de gedeeltelijk arbeidsongeschikte niet werkt of minder dan de helft verdient dan hij of zij gezien zijn arbeidsongeschiktheid nog zou kunnen verdienen (de zogenoemde “resterende verdiencapaciteit”), dan heeft hij of zij recht op een vervolguitkering van 70% van het minimumloon, vermenigvuldigd met het arbeidsongeschiktheidspercentage.
Iemand die wel werkt en daarmee tenminste de helft van de resterende verdiencapaciteit benut, ontvangt een loonaanvulling van 70% van het verschil tussen het oude loon en de resterende verdiencapaciteit.
Zowel de loonaanvulling als de vervolguitkering lopen door tot 65 jaar.
De werkgever kan zich tegen het genoemde risico van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid verzekeren bij een verzekeraar of bij het UWV. Ook kan hij besluiten het risico zelf te dragen.
Amsterdam, 25 mei 2005
De Nederlandse pensioenfondsen hebben het niet makkelijk. Te lage dekkingsgraden en onvoldoende rendement uit investeringen veroorzaken zorgen bij de consument. Tijd dus om je te verdiepen in alternatieven om een royale oude dag een stapje dichterbij te brengen.
Er bestaan verschillende manieren om je pensioenpot te
Meer...
De Vereniging Platform Zelfstandige Ondernemers (PZO) heeft uitgezocht hoe haar achterban tegen pensioen aankijkt. Een royale meerderheid van ZZP’ers (ruim 85 procent) vindt het aanbod van pensioenen veel te duur in relatie tot wat het oplevert.
ZZP’ers zijn niet alleen ontevreden over de prijs-prestatie verhouding
Meer...
Het Pensioenakkoord gaat een spannende week in. Zo besluit de Federatieraad van de FNV op 12 september of ze wel of niet instemt met de overeenkomst. De Politiebond ACP heeft zich in juni al uitgesproken tegen het akkoord. In de zomer van 2010 nam de ACP eenzelfde standpunt in over een voorloper van de huidige overeenk
Meer...
Pensioenverzekeraar Generali zorgt met ingang van 20 juli 2011 voor internationale pooling van opgebouwde pensioenen voor onderdelen van The Coca-Cola Company. Het gaat om de pooling van de pensioenen van een pensioenfonds in Duitsland. Later wordt die van een verzekerde regeling in Nederland toegevoegd.
Generali br
Meer...
De gemiddelde leeftijd waarop werknemers met pensioen gingen, is in 2010 opgelopen tot 62,7 jaar. De pensioenleeftijd steeg in alle bedrijfstakken. Er gingen in 2010 ruim 70 duizend werknemers met pensioen.
Vorig jaar gingen ruim 70.000 mensen met pensioen. De gemiddelde leeftijd was bijna 63 jaar. In 2006 heeft de
Meer...